Snappet en spelling

Er zijn al heel veel artikelen geschreven over de digitalisering binnen het onderwijs. Er zijn voor- en tegenstanders. Als je met Snappet werkt is het goed om met je team hier duidelijke afspraken te maken. In deze blog geef ik wat tips. Misschien heb je er wat aan. 

De opbouw binnen Snappet per week ziet er als volgt uit:
Dag 1: instructieles
Dag 2: flitsen en zelfstandig werken
Dag 3: instructieles
Dag 4: oefendictee en zelfstandig werken
Dag 5: mixdictee en werkpakketten

De instructielessen:
Per week worden er twee categorie├źn aangeboden. Tijdens de instructielessen gebruiken we steeds dezelfde structuur:
- Leerdoelkaart hangt in de klas.
- Directe instructiemodel:
Ik doe het voor: De leerlingen schrijven de regel en het stappenplan in het schrift met daaronder de oefendicteewoorden. 
Wij doen het samen: De leerkracht dicteert enkele woorden, we gebruiken hardop het stappenplan en schrijven de woorden samen op.
Jullie doen het samen: De leerkracht dicteert enkele woorden. De leerlingen bespreken samen de stappen en schrijven de woorden op. Daarna controleren we samen de woorden op het bord. Leerlingen krijgen hierbij beurten met het beurtenbakje. 
Ik doe het zelf: De leerkracht noemt enkele woorden. De leerling gebruikt het stappenplan en schrijft het woord op. Daarna krijgt een leerling de beurt, vertelt hardop de stappen. De leerkracht schrijft het woord op het bord. Iedereen kijkt het na. 
Leerlingen die nog foutjes maken doen mee met de verlengde instructie. De rest gaat aan de slag met opdracht 2 en maken daarna 2+. 

De flitsles:
De leerkracht herhaalt kort de stappen van het stappenplan van de les. De leerlingen die moeite hebben met spelling werken aan de instructietafel. De woorden van de flitsles worden hardop geoefend. De leerlingen schrijven de woorden in het schrift. Alle andere leerlingen maken de hele les en maken daarna het werkblad die aangeboden wordt vanuit Snappet. 

Het oefendictee:
Dit dictee wordt op papier gemaakt. Na het dictee schrijft de leerkracht de woorden op het bord. De leerkracht benoemt hierbij de stappen van het stappenplan horend bij de les. Bij twee of meer fouten krijgt de leerling een verlengde instructie. De andere leerlingen maken Shuffle-opdrachten. 

Het mixdictee: 
Dit dictee wordt binnen Snappet gemaakt. Als de leerlingen klaar zijn werken ze aan de werkpakketten of alle leerdoelen.